Reis over de Aarde
13.4
bladzijde 4 van 8
Opvoeding en vorming
Tijdens hun kindertijd wordt aan Balinese kinderen geen stro breed in de weg gelegd. Hen wordt niets verboden, niemand stelt zich tegenover hen op. Alle weerstanden worden vermeden, zelfs doelbewust weggenomen door de volwassene, die permanent om het kind heen is. De kinderen gedragen zich als kleine heersertjes; ze hebben regelmatig driftaanvallen, zonder enig oog voor de omgeving.
Ik wist niet wat me overkwam toen ik eens in een theewinkeltje aan het strand een pakje liptonthee wilde kopen en er boven mijn hoofd in een boom een heftig gekrijs losbarstte. Het kleine jongetje dat daar zat was het zoontje van de winkelier. Hij wist dat dit pakje thee het laatste pakje was van de voorraad en hij bedacht dat hij dat zelf wilde hebben. Hij had dorst.
Zijn vader achter de toonbank glimlachte verontschuldigend naar mij en zette voor zijn zoontje het pakje terug op de plank. Later thuis bij de familie kreeg ik uitgelegd hoe ik dat moest zien. Het was niet goed kinderen te frustreren. Als ze klein zijn zijn ze egoïstisch, maar later zou dat allemaal vanzelf goed komen.
En inderdaad, rond hun negende jaar worden ze opeens wakker. Als bij toverslag ontdekken ze de omgeving en worden ze een deel van het geheel. In hun jeugd hebben ze zich kunnen uitleven en op een goed moment is dat kennelijk genoeg geweest. Ze sluiten zich aan en blijken nauwelijks frustraties bij zich te dragen.
Geen afgescheidenheid
De Balinees leeft en denkt niet particulier. Men ontwikkelt dan ook geen persoonlijke visie, geen persoonlijke kleding, zelfs niet eens een vaste persoonlijke slaapplaats. Men maakt ook geen plannen voor de toekomst en regelt niets voor zichzelf. Men ziet wel dat anderen dat wel doen, maar het slaat bij hen niet aan; men begrijpt het niet echt.
Ik-gericht
Wij in het Westen maken in vrijwel alles een beweging naar ons zelf toe: We richten ons huis in naar onze opvatting en sluiten de voordeur. We stippelen ons leven uit, ontwikkelen onze talenten en smaak en komen tot geheel persoonlijke keuzes en resultaten. Wij zetten een Ik overeind in een centrum en roepen daarmee ook een omtrek om ons heen op. Hier staan wij en wij zijn Ik en al dat andere om ons heen dat zijn wij niet.
Op Bali is de beweging precies tegengesteld, namelijk van de persoon af. De Balinees ontwikkelt nauwelijks een afgescheiden Ik en kent geen Ik-proces. Niemand wordt ter discussie gesteld en de mensen hebben veel minder problemen met zelfacceptatie dan bij ons.
Familie en gemeenschap
Door de bijzondere wijze van opvoeden is de Balinees zo geworden. Wij kunnen hem niet imiteren, laat staan in zijn leven delen en er zo in opgaan.
Daarmee zijn van nature de voorwaarden voor een opvatting omtrent de mens als een afgescheiden Ik (Saturnus) zwak. Veel meer zien we de familieverbanden en de dorpsgemeenschappen functioneren als pijler van de maatschappij. De ongeschreven wetten in deze verbanden vormen het netwerk waarin het individu een plaats heeft. Los van deze verbanden heeft het individu nauwelijks kansen; een plaats in de maatschappij verloopt via de bestaande relaties in het netwerk. Bovendien: hij kent zichzelf niet als een afgescheiden geïndividualiseerde eenheid.
literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,